Limoncello is het drankje van de Amalfikust: felgeel, zoetzuur en ijskoud geserveerd na het eten. Het is geen borrel om lang bij te blijven zitten, maar een klein, krachtig moment aan het einde van de maaltijd.
Serveer limoncello zo koud mogelijk, in kleine glaasjes uit de vriezer. Wil je het frisser? Maak er dan een Limoncello Spritz van met prosecco.
Hoe serveer je limoncello?
Limoncello moet zo koud mogelijk zijn. Bewaar de fles in de vriezer, dan blijft hij vloeibaar dankzij het hoge alcoholpercentage. Schenk ‘m in kleine, ijskoude glaasjes en drink in één teug.
Zelf limoncello maken
De hippe variant: Limoncello Spritz
Steeds meer bars serveren limoncello niet meer als digestief, maar verwerkt in een spritz. Meng een deel limoncello met twee delen prosecco en een scheutje bruiswater, over ijs, met een takje munt erbij. Het resultaat is frisser en minder zoet dan de pure likeur. Daardoor werkt het ook prima als aperitief in plaats van als afsluiter.
Welke hapjes passen bij limoncello?
Limoncello komt oorspronkelijk uit Zuid-Italië, met Sorrento en de eilanden in de Golf van Napels als bekendste herkomstgebieden. Wikipedia heeft een uitgebreide pagina over de geschiedenis van limoncello.
Of je ‘m nu puur drinkt of als Spritz: limoncello hoort ijskoud te zijn. Alles daaronder is een gemiste kans.
