
Tips en variaties
Deze saus is de moeite waard om in een grotere hoeveelheid te maken. Hij blijft ongeveer drie dagen goed in de koelkast en laat zich prima invriezen in porties. Dooi hem rustig op in de koelkast en warm hem daarna langzaam op, eventueel met een scheutje water of bouillon als hij te dik is geworden.
Snijd de ui, wortel en bleekselderij zo fijn mogelijk, bijvoorbeeld in een keukenmachine. De groenten lossen dan tijdens het sudderen bijna op in de saus en geven body en een lichte zoetheid, zonder dat je er stukjes van terugvindt.
Heb je een korstje Parmezaanse kaas over, laat die dan het laatste uur meesudderen. Haal hem er voor het serveren uit. Meng de spaghetti het liefst in de pan met de saus, met een scheutje van het kookwater. De saus hecht dan beter aan de slierten.
De lange kooktijd is geen overbodige luxe: daardoor breekt het gehakt helemaal af en trekken alle smaken door elkaar tot een saus die aan de pasta blijft plakken in plaats van eraf te lopen. Puristen in Bologna zelf serveren ragù trouwens het liefst op tagliatelle in plaats van spaghetti — meer daarover lees je bij The Local.
Bekijk voor een andere aanpak ook onze Spaghetti alla Bolognese I (met bechamel uit de oven), of de andere spaghettirecepten op de site.
