Tag: tips

Korte, praktische kooktips voor pasta en Italiaans koken, van pasta koken tot sauzen en bewaren.

  • Uien snijden zonder tranen

    Uien snijden zonder tranen

    Uien snijden zonder voorbereiding: tranen over de wangen na het snijden van een berg uien
    Dit ben ik zelf, een paar jaar geleden, nadat ik een aantal uien had gesneden. Vreselijk. Zo zie je er dus uit als je geen enkele tip gebruikt.

    Uien snijden hoeft niet te eindigen met een betraand gezicht. Een scherp mes, een gekoelde ui en een vaste volgorde maken al het verschil. Bovendien snijd je zo gelijkmatige stukjes, en dat merk je terug in elke saus.

    In het kort

    Snijd een ui met een scherp mes, koel hem vooraf en laat de wortelkant zo lang mogelijk heel. Dan komt er minder prikkelend gas vrij en blijven je ogen droog.

    Uien snijden · techniek · klaar in 5 min · voor 1 gele ui · makkelijk

    Snijden

    5 min

    Koelen

    30 min

    Mes

    Koksmes

    Niveau

    Makkelijk

    Waarom moet je huilen van uien snijden?

    Een ui beschermt zichzelf tegen vraat. Zodra je mes cellen openmaakt, komen enzymen en zwavelverbindingen bij elkaar. Daaruit ontstaat een gas dat omhoog stijgt. Dat gas prikkelt het vocht op je ogen, dus je ogen gaan tranen om het weg te spoelen.

    Je snijdt dus geen verdrietige ui. Je ogen reageren op een kleine chemische reactie. Hoe meer cellen je kapotdrukt, hoe meer gas er vrijkomt. Daarom zit de oplossing in minder beschadigen en minder verspreiden. Meer over de plant zelf lees je op Wikipedia.

    Vijf tips om uien te snijden zonder te huilen

    1

    Gebruik een scherp mes. Een bot mes drukt de cellen plat in plaats van ze door te snijden, en dat levert meer gas op. Lees ook hoe je je mes scherp houdt.

    2

    Koel de ui vooraf. Leg hem een half uur in de koelkast, of ongeveer tien minuten in de vriezer. Een koude ui geeft minder gas af. Zet er wel een wekker bij, want een vergeten ui in de vriezer wordt zacht en slap.

    3

    Laat de wortelkant zitten. De wortel houdt de laagjes bij elkaar, dus de ui blijft stevig liggen terwijl je snijdt. Pas helemaal aan het eind snijd je dat laatste stukje weg.

    4

    Zorg voor luchtstroom. Snijd onder de afzuigkap of bij een open raam. Het gas waait dan van je gezicht weg in plaats van er recht in.

    5

    Bescherm je ogen. Een duikbril of zwembril ziet er gek uit, maar het werkt wel. Het gas komt simpelweg niet bij je ogen.

    Zo snijd je een ui in blokjes

    1

    Snijd de top van de ui af, aan de kant tegenover de wortel. Laat de wortel zelf zitten.

    2

    Halveer de ui van boven naar de wortel en haal het vel eraf. Een dun laagje meepellen mag, als het buitenste laagje droog of beschadigd is.

    3

    Leg een helft met de vlakke kant op de plank. Buig je vingers naar binnen, zodat je knokkels het mes geleiden en je vingertoppen uit de buurt blijven.

    4

    Maak twee of drie horizontale sneden richting de wortel, evenwijdig aan de plank. Snijd daarbij niet door de wortel heen.

    5

    Snijd daarna verticaal van boven naar de wortel. De afstand tussen de sneden bepaalt hoe groot je blokjes worden.

    6

    Snijd tot slot dwars door de ui. De blokjes vallen vanzelf van het mes. Het laatste stukje met de wortel gooi je weg.

    Tip: wil je ringen in plaats van blokjes? Dan halveer je de ui niet, maar snijd je hem in dunne plakken van boven naar onderen. Voor halve ringen halveer je hem eerst wel.

    Wat niet echt helpt

    Veel tips klinken slim, maar helpen weinig. Een stuk brood in je mond houden, kauwgom kauwen of een kaars naast de plank zetten zorgt vooral voor een grappig plaatje. Het bewijs dat deze trucs echt werken is dun. Zet liever in op een scherp mes en een koude ui.

    Welke ui gebruik je waarvoor?

    De juiste ui scheelt ook in de pan. Een gele ui is de standaard voor sauzen en bakken, bijvoorbeeld als je ui fruit op laag vuur. In de saus van spaghetti met gehakt en tomaten snipper je hem fijn, zodat hij vanzelf wegsmelt.

    Een rode ui is milder en heeft een mooiere kleur, dus je gebruikt hem liever rauw, zoals in een tomatensalade met rode ui en basilicum. Een sjalot is nog fijner van smaak en past goed in een dressing, zoals de balsamicodressing met sjalot en honing.

    Snijd je graag vooraf? Dat past bij de tip om alles klaar te zetten voordat je begint. Bewaar gesneden ui in een afgesloten bakje in de koelkast en gebruik hem binnen twee tot drie dagen.

    Veelgestelde vragen over uien snijden

    Waarom moet je huilen van uien snijden?

    Bij het snijden komen enzymen en zwavelverbindingen in de ui bij elkaar. Daaruit ontstaat een gas dat je ogen prikkelt. Je ogen gaan tranen om het gas weg te spoelen. Een scherp mes en een koude ui beperken die reactie.

    Helpt het om een ui eerst in de vriezer te leggen?

    Ja, koelen helpt. Een ui van tien minuten in de vriezer of een half uur in de koelkast geeft minder gas af. Laat hem niet te lang liggen, want een bevroren ui wordt zacht en slap na het ontdooien.

    Welk mes gebruik je het best voor uien?

    Een scherp koksmes. De brede kling geeft je controle en een scherpe snede beschadigt minder cellen dan een bot mes. Dat betekent minder gas en minder tranen.

    Kun je uien van tevoren snijden?

    Dat kan. Bewaar de gesneden ui in een afgesloten bakje in de koelkast en gebruik hem binnen twee tot drie dagen. Rauw in een salade smaakt hij het best vers gesneden.

    Hoe snij je een ui zo fijn mogelijk?

    Maak meer horizontale en verticale sneden, dicht bij elkaar, en snijd daarna dwars. Voor een nog fijnere snipper hak je de blokjes daarna kort door met je mes, zodat ze in een saus vanzelf wegsmelten.

  • Let op het zoutgehalte van boter

    Let op het zoutgehalte van boter

    Gezouten en ongezouten boter verschillen genoeg om invloed te hebben op de uiteindelijke smaak, vooral bij bakken waar je zelf ook zout toevoegt. Gebruik bij voorkeur ongezouten boter zodat je zelf de controle houdt.

  • Bewaar restjes snel en koel

    Bewaar restjes snel en koel

    Eten dat te lang op kamertemperatuur blijft staan voordat het de koelkast in gaat, loopt meer risico op bacteriegroei. Zet restjes binnen een uur of twee in de koelkast en gebruik ze bij voorkeur binnen twee tot drie dagen.

  • Kook groene of gevulde pasta op zicht

    Kook groene of gevulde pasta op zicht

    Kook groene of gevulde pasta op zicht. Gekleurde pasta, zoals spinazie- of inktpasta, en gevulde pasta zoals ravioli hebben vaak een net iets andere kooktijd dan gewone pasta. Ga bij gevulde pasta af op het moment dat ze gaan drijven. Dat is meestal betrouwbaarder dan de klok.

    Waarom gekleurde en gevulde pasta anders kookt

    Gekleurde pasta bevat vaak spinazie, bietensap of inktvisinkt in het deeg. Dat verandert de structuur een beetje. Hij kan sneller zacht worden of juist wat langer nodig hebben. Gevulde pasta bestaat uit twee lagen deeg met een vulling ertussen. De vulling moet ook warm worden, terwijl het deeg niet te zacht mag worden. Daardoor is de kooktijd lastiger te voorspellen.

    Zo herken je dat gevulde pasta klaar is

    Verse ravioli, tortellini en agnolotti zakken eerst naar de bodem. Zodra ze bijna gaar zijn, komen ze bovendrijven. Laat ze nog een halve tot een hele minuut koken en haal er dan één uit de pan. Prik of proef de rand van het deeg. Die moet zacht zijn, met nog een lichte bite. De vulling moet warm zijn tot in het midden.

    Kook gevulde pasta zachtjes

    Laat het water niet te hard koken. Een zacht, rollend kookpunt is genoeg. Bij hard koken scheuren de pasta’s open en loopt de vulling eruit. Roer daarom ook voorzichtig, liefst met een schuimspaan. Kook bovendien niet te veel tegelijk, zodat de pasta’s ruimte hebben. Een grote pan is hier extra belangrijk.

    Groene pasta: let op de kleur

    Groene pasta met spinazie heeft een felle kleur die door lang koken vervaagt. Proef daarom vroeg en haal de pasta eruit zodra hij op de beet is. Meer over dit moment lees je bij pasta op de beet koken. Inktpasta blijft zwart en kleurt het kookwater niet, maar ook die wordt snel te zacht.

    Welke saus past erbij?

    Kies bij gevulde pasta een lichte saus. Denk aan gesmolten boter met salie, een simpele tomatensaus of een beetje olijfolie. Een zware saus overheerst de vulling. Meng de pasta kort met de saus en serveer meteen. Zoek je meer inspiratie? Bekijk ons overzicht welke pasta bij welke saus past.

    Onthoud dus: kook groene of gevulde pasta op zicht, en laat de klok even los.

  • Meng de pasta in de pan met de saus

    Meng de pasta in de pan met de saus

    Meng de pasta in de pan met de saus in plaats van de saus over de pasta te scheppen. Giet de pasta dus niet leeg op een bord. Laat de laatste minuut in dezelfde pan gebeuren. Zo trekt de pasta de saus goed op.

    Zo meng je de pasta in de pan met de saus

    Kook de pasta ongeveer twee minuten korter dan op de verpakking staat. Schep hem met een tang of pastavork rechtstreeks in de pan met de saus. Voeg een scheut kookvocht toe en zet het vuur middelhoog. Roer of schud de pan een tot twee minuten. De pasta gaart de laatste minuten af in de saus.

    Waarom dit beter smaakt

    Pasta neemt tijdens het afgaren smaak op uit de saus. Daardoor smaakt elke hap naar saus, en niet alleen de bovenlaag. Bovendien bindt het zetmeel dat uit de pasta komt de saus. Je krijgt een glanzend, romig geheel zonder extra room. Een saus die los over de pasta ligt, blijft juist op het bord achter.

    Wat heb je nodig?

    Voor deze methode heb je weinig nodig. Een brede sauteuse of braadpan is ideaal, omdat de pasta dan netjes in de saus past. Gebruik daarnaast een tang of een pastavork om de pasta over te scheppen. Schep de pasta uit het kookwater en gebruik geen vergiet. Zo neem je automatisch een beetje vocht mee, en dat is precies wat je wilt. Een kopje kookvocht staat naast je klaar voor het geval de saus te dik wordt.

    Wanneer je dit anders doet

    Sauzen die niet mogen verhitten, zoals pesto, meng je buiten het vuur. Gebruik dan een scheutje kookvocht om de pesto soepel te maken. Voor de meeste andere sauzen werkt de methode uitstekend, van tomatensaus tot een saus met groente.

    Tips voor een gladde saus

    Zorg dat de saus klaarstaat voordat de pasta gaar is. Hoe je dat plant, lees je bij zet de saus klaar voordat de pasta gaar is. Houd daarnaast een kop kookvocht bij de hand. Is de saus te dik, voeg dan een scheutje toe. Is hij te dun, laat hem nog even inkoken.

    Let ook op de hoeveelheid saus. Je hebt minder saus nodig dan je denkt, omdat de pasta de saus opneemt. Begin dus met iets minder en voeg zo nodig meer toe. Zo wordt je gerecht niet te nat, en zit er op het bord geen plas saus onder de pasta.

    Zoek je de juiste combinatie van pasta en saus? Bekijk dan ons overzicht welke pasta bij welke saus past. Onthoud dus: laat de pasta in de pan met de saus afgaren, en je gerecht smaakt meteen completer.

  • Reken op honderd gram pasta per persoon

    Reken op honderd gram pasta per persoon

    Reken op honderd gram pasta per persoon als hoofdmaaltijd. Dat is een gangbare vuistregel voor droge pasta. Is de pasta een voor- of bijgerecht, dan is iets minder genoeg. Bij verse pasta mag het iets meer zijn, omdat die luchtiger is.

    Hoeveel is honderd gram pasta per persoon?

    Honderd gram droge pasta lijkt weinig, maar het zwelt flink op tijdens het koken. Het gewicht verdubbelt ongeveer. Zo houd je na het koken zo’n tweehonderd gram over. Dat is een goed gevulde portie, zeker met een stevige saus. Heb je trek in een kleiner bord, dan is tachtig gram ook prima.

    Zo meet je het af zonder weegschaal

    Heb je geen keukenweegschaal? Dan help je jezelf met een paar trucs. Voor spaghetti pak je een bosje ter grootte van een munt van twee euro. Voor korte pasta zoals penne of fusilli kun je een grote handvol nemen. Zo’n handvol is ongeveer vijfenzeventig gram, dus pak er twee voor drie personen. Het blijft een schatting, maar het scheelt veel.

    Verschil per soort pasta

    Verse pasta bevat meer water. Reken daarom op honderd tot honderdvijfentwintig gram per persoon. Gevulde pasta, zoals ravioli, tel je op stuks: zo’n acht tot twaalf per persoon als hoofdgerecht. Volkorenpasta is voedzamer, dus daarvan hoef je vaak niet meer dan tachtig gram te nemen. Een uitgebreide tabel vind je in ons artikel hoeveel pasta per persoon.

    Als voorgerecht of bijgerecht

    Serveer je de pasta als voorgerecht, dan is vijftig tot zestig gram genoeg. Het blijft dan een klein bordje, zodat er ruimte is voor het hoofdgerecht. In Italië is dat de gewoonte. Bij een bijgerecht naast vlees of vis volstaat soms zelfs veertig gram.

    Tips om niet te veel te koken

    Pasta die over is, is niet erg. Je kunt hem de volgende dag opwarmen. Lees hoe in ons artikel over pasta bewaren. Gebruik bovendien een grote pan, zodat ook grotere porties goed koken.

    Reken dus op honderd gram pasta per persoon, en pas aan naar eetlust en gerecht.

  • Voeg zuur toe aan het einde

    Voeg zuur toe aan het einde

    Een gerecht dat plat of zwaar smaakt, mist vaak niet meer zout maar een beetje zuur. Een scheutje citroensap of azijn op het laatste moment kan een gerecht in balans brengen zonder dat je meer zout hoeft toe te voegen.

  • Zout de saus voorzichtig na

    Zout de saus voorzichtig na

    Zout de saus voorzichtig na. Het kookwater is al gezouten en kaas brengt vaak zout mee. Een saus die er los van proeft, kan daardoor prima al genoeg zout bevatten. Proef daarom aan het eind van de bereiding, niet halverwege.

    Waarom je de saus beter niet te vroeg zout

    Een saus kookt vaak in. Het water verdampt, maar het zout blijft achter. Zout je aan het begin royaal, dan wordt de saus aan het eind te zout. Bovendien komt er nog zout bij van de pasta, het kookvocht en de kaas. Die drie samen maken een groot verschil. Daarom zout je de saus pas na, en in kleine stapjes.

    Zo zout je de saus voorzichtig na

    Meng eerst de pasta met de saus. Proef dan pas. Mist er iets, voeg dan een snufje zout toe en roer goed door. Wacht een halve minuut en proef opnieuw. Zout verspreidt zich namelijk niet meteen door de hele saus. Herhaal dit tot de smaak klopt. Zo voorkom je dat je te veel toevoegt.

    Welke ingrediënten zout meebrengen

    Let vooral op kaas, zoals parmezaan en pecorino. Ook ansjovis, kappertjes, olijven en spek bevatten veel zout. Gebruik je bouillonblokjes, dan komt daar ook zout uit. Bij een saus met zulke ingrediënten is extra zout vaak niet nodig. Proef dus altijd eerst. Het is makkelijk om zout toe te voegen, maar bijna onmogelijk om het weer weg te halen.

    Wat als de saus toch te zout is?

    Voeg dan iets toe dat de smaak verdunt. Ongezouten passata of een extra scheutje water helpt vaak al. Ook een extra portie pasta zonder saus verlaagt de zoutheid per hap. Een scheutje citroensap of een snufje suiker maakt de smaak ronder. Een rauwe aardappel meekoken werkt overigens minder goed dan vaak wordt gezegd.

    Een vast moment om te proeven

    Maak er een gewoonte van. Proef de saus als hij bijna klaar is, en nog een keer als de pasta erdoor zit. Gebruik een schone lepel, zodat je de saus niet vervuilt. Laat de saus eventueel eerst iets afkoelen, want hete saus proef je minder goed. Op die manier leer je ook sneller inschatten hoeveel zout jouw gerechten nodig hebben, en wordt zouten steeds makkelijker. Zo kom je ook minder snel in de problemen als een recept een andere kaas of een zoutere bouillon gebruikt dan jij gewend bent.

    Meer tips over zout

    Hoeveel zout in het kookwater hoort, lees je in ons artikel over pasta goed koken. Wil je de saus bovendien beter laten binden? Bewaar dan een kop kookvocht. Onthoud dus: zout de saus voorzichtig na, en proef eerst.

  • Kruid pastasalades steviger dan warme pasta

    Kruid pastasalades steviger dan warme pasta

    Kruid pastasalades steviger dan warme pasta. Koude gerechten proef je minder sterk dan warme. Een pastasalade heeft daarom vaak meer zout, zuur of kruiden nodig dan je in eerste instantie zou denken. Proef daarom op kamertemperatuur, niet meteen uit de koelkast.

    Waarom koude gerechten minder smaak hebben

    Je tong ruikt en proeft koude gerechten minder goed. Geuren komen moeilijker vrij bij lage temperaturen. Daardoor smaakt een salade die lauw lekker is, uit de koelkast ineens vlak. Pasta neemt bovendien dressing op terwijl hij rust. Na een uur is er minder smaak over dan je dacht.

    Zo kruid je pastasalades steviger

    Gebruik meer zout dan bij warme pasta en voeg zuur toe, zoals citroensap of azijn. Maak de dressing met een goede olijfolie en wat mosterd of knoflook. Voeg verse kruiden toe, zoals basilicum of peterselie, vlak voor het serveren. Gedroogde kruiden, zoals oregano, mogen vroeg in de dressing. Proef de salade na twintig minuten rust opnieuw en stuur bij.

    Welke ingrediënten helpen

    Gedroogde tomaten, olijven, kappertjes en feta geven veel smaak. Ook geroosterde paprika, rucola en pijnboompitten werken goed. Houd rekening met het zout van deze ingrediënten. Voeg zout daarom in kleine stappen toe. Zie ook zout in fases voor meer over zouten.

    Kook de pasta goed

    Kook pasta voor salades iets korter dan voor warme gerechten. Spoel hem kort af onder koud water, zodat het garen stopt. Dat is een van de weinige keren dat afspoelen wel kan. Meng er direct wat olijfolie doorheen, zodat de pasta niet klontert. Lees ook spoel pasta nooit af na het koken.

    Rust en bewaren

    Laat de salade minstens een half uur rusten in de koelkast, zodat de smaken zich verbinden. Haal hem daarna ruim voor het serveren uit de koelkast. Proef nog een keer. Voeg zo nodig een scheutje olie of azijn toe, want de pasta heeft vocht opgenomen. Bewaar de salade maximaal twee dagen. Meer lees je bij pasta bewaren.

    Een voorbeeld

    Meng gekookte fusilli met cherrytomaatjes, mozzarella, basilicum en een dressing van olijfolie, citroensap, zout en peper. Proef warm, en je denkt dat het genoeg is. Proef na een uur koud en je merkt dat er meer zout en citroen bij moet. Dat is precies wat deze tip bedoelt.

    Kruid pastasalades dus steviger dan warme pasta, en proef op kamertemperatuur.

  • Kook volkoren pasta met iets meer geduld

    Kook volkoren pasta met iets meer geduld

    Kook volkoren pasta met iets meer geduld. Volkorenpasta heeft door de vezels vaak een paar minuten langer nodig om zacht te worden dan witte pasta. Proef daarom vaker tussendoor. De overgang van te hard naar goed gaat bij volkoren pasta namelijk sneller dan bij gewone pasta.

    Waarom volkoren pasta langer duurt

    Volkoren pasta bevat de hele graankorrel, dus ook de zemelen en de kiem. Die vezels nemen water langzamer op dan witte bloem. Daardoor duurt het langer voordat de kern zacht wordt. De buitenkant kan intussen al glibberig worden. Dat verklaart waarom volkoren pasta soms ineens zacht lijkt, terwijl de kern nog stevig is.

    Zo kook je volkoren pasta goed

    Gebruik ruim water, ongeveer een liter per honderd gram pasta. Zout het water goed en roer de eerste minuut. Begin met proeven twee minuten voor het einde van de kooktijd op de verpakking. Proef daarna elke halve minuut. Haal de pasta eruit zodra hij nog een lichte bite heeft. Gebruik daarbij een grote pan, zodat de pasta ruimte heeft.

    Smaak en saus

    Volkoren pasta heeft een nootachtige, wat aardse smaak. Die past bij stevige sauzen, zoals tomaat met groente, linzen, champignons of een romige kaassaus. Een heel delicate saus, zoals boter met citroen, verdwijnt er bijna in. Kies dus iets met karakter. Meer ideeën vind je bij welke pasta bij welke saus.

    Hoeveel heb je nodig?

    Volkoren pasta is voedzamer en vullender dan witte pasta. Daarom is tachtig gram per persoon vaak genoeg. Dat scheelt ook in de pan. Heb je een gezin met flinke eters, houd dan toch honderd gram aan. Meer over porties lees je bij hoeveel pasta per persoon.

    Wennen aan de smaak

    Ben je volkoren pasta niet gewend? Begin dan met een halve-halve verhouding: de helft volkoren, de helft witte pasta. Kook ze apart, want de kooktijden verschillen. Meng ze pas in de saus. Zo went je gezin geleidelijk aan de nootachtige smaak, en krijg je toch meer vezels binnen.

    Veelgemaakte fouten

    De meeste mensen koken volkoren pasta te kort of juist veel te lang. Te kort geeft een korrelige, droge bite. Te lang maakt de pasta papperig en bitter. Een derde fout is te weinig saus. Volkoren pasta neemt meer saus op, dus voeg een scheutje kookvocht toe als de saus te dik wordt.

    Een voorbeeld

    Noemt de verpakking twaalf minuten voor volkoren penne, begin dan met proeven na tien minuten. Geef hem eventueel nog een halve minuut extra. Meng hem met een saus van tomaat en gebakken groente in de pan. Zo blijft hij stevig en vol van smaak.

    Neem dus de tijd: kook volkoren pasta met iets meer geduld, en proef vaak.