Limoncello: het originele recept en de hipste manier om ‘m te drinken

Geschreven door

in

Limoncello is het drankje van de Amalfikust: felgeel, zoetzuur en ijskoud geserveerd na het eten. Het is geen borrel om lang bij te blijven zitten, maar een klein, krachtig moment aan het einde van de maaltijd.

Hoe serveer je limoncello?

Limoncello moet zo koud mogelijk zijn: bewaar de fles in de vriezer, dan blijft hij vloeibaar dankzij het hoge alcoholpercentage. Schenk ‘m in kleine, ijskoude glaasjes en drink in één teug. Zelf maken kan ook: schil de gele buitenkant van tien onbehandelde citroenen (zonder het witte, dat maakt het bitter), laat de schillen twee weken trekken in pure alcohol en meng daarna met een suikerwatersiroop.

De hippe variant: Limoncello Spritz

Steeds meer bars serveren limoncello niet meer als digestief, maar verwerkt in een spritz. Meng een deel limoncello met twee delen prosecco en een scheutje bruiswater, over ijs, met een takje munt erbij. Het resultaat is frisser en minder zoet dan de pure likeur, en werkt daardoor ook prima als aperitief in plaats van als afsluiter.

Welke hapjes passen bij limoncello?

Bij de pure, koude versie past iets kleins en zoets, zoals amandelkoekjes. Onze biscotti di Prato zijn daar een klassiek voorbeeld van: droge amandelkoekjes die traditioneel gedoopt worden in een glas Vinsanto, maar net zo goed samengaan met limoncello. Bij de Spritz-variant kun je juist beter iets hartigs serveren, zoals een klein bordje verse vijgen met prosciutto.

Limoncello komt oorspronkelijk uit Zuid-Italië, met Sorrento en de eilanden in de Golf van Napels als bekendste herkomstgebieden. Wikipedia heeft een uitgebreide pagina over de geschiedenis van limoncello.

Of je ‘m nu puur drinkt of als Spritz: limoncello hoort ijskoud te zijn. Alles daaronder is een gemiste kans.

← Terug naar het blog