Een grapefruit spritz met rozemarijn smaakt fris, een beetje bitter en lekker kruidig. Je maakt hem in vijf minuten, zodra de siroop is afgekoeld. Daardoor past hij bij een koude herfstmiddag net zo goed als bij een warm terras.

Waarom een grapefruit spritz met rozemarijn werkt
Grapefruit heeft van zichzelf een bittere rand. Campari versterkt die kant, maar de rozemarijnsiroop maakt het geheel rond. Hierdoor smaakt de spritz minder zoet dan een Aperol Spritz. Bovendien houden het sap en de prosecco elkaar mooi in balans.
Rozemarijn groeit overal rond de Middellandse Zee en hoort bij veel Italiaanse gerechten. In een drankje werkt het verrassend goed. De hars in de naalden geeft de siroop een warme, bijna houtige geur.
Tips voor een betere spritz
Pers de grapefruit zelf. Sap uit een pak is vaak te zoet en mist de bittere kant. Gebruik daarnaast koude prosecco, want warme prosecco verliest snel zijn bubbels. Giet het bruisende water als laatste, zodat de spritz luchtig blijft.
Wil je het zoeter? Voeg dan een scheutje extra siroop toe. Liever bitterder? Neem dan wat meer Campari. Je proeft tijdens het mengen meteen wat het beste bij je past.
Wat eet je erbij?
Serveer de spritz met hartige hapjes. Denk aan olijven, grissini met prosciutto of een bordje kaas met walnoten. Verder past een kleine pasta als voorgerecht goed, omdat de bitterheid de rijkdom van een romige saus mooi doorbreekt.
Blijft er siroop over? Bewaar die afgesloten in de koelkast. Daar blijft hij ongeveer een week goed, bijvoorbeeld voor een tweede ronde of een glas bruisend water met een snufje rozemarijn.
