Deze pappardelle met paddenstoelen en kastanjes is een herfstgerecht waarin drie smaakmakers de hoofdrol spelen: goudbruin gebakken wilde paddenstoelen (een mix van cantharellen, eekhoorntjesbrood en kastanjechampignons), zoete gekookte kastanjes en een paar takjes verse tijm, allemaal samengebracht in een lichtgebonden roomsaus.
De paddenstoelen bak je eerst in porties op hoog vuur in boter en olijfolie, tot ze goudbruin zijn en het vocht verdampt is — in één keer een volle pan erin geven laat ze stomen in plaats van kleuren. Daarna fruit je in dezelfde pan sjalot en knoflook glazig, voeg je de grofgehakte kastanjes toe en blus je af met droge witte wijn. Zodra die voor de helft is ingekookt gaan de slagroom en de tijmblaadjes erbij, tot een saus die net dik genoeg is om aan de pasta te blijven plakken.

De paddenstoelen gaan terug de pan in om weer op temperatuur te komen, terwijl de pappardelle beetgaar kookt volgens de verpakking. Laat de pasta uitlekken en meng hem direct door de saus, samen met de parmezaan en zo nodig een scheutje kookvocht voor een soepele binding. Proef, kruid bij met zout en peper en serveer met extra parmezaan erover.
Pappardelle met paddenstoelen en kastanjes: waarom deze combinatie werkt
Wilde paddenstoelen en kastanjes komen in Italië in dezelfde herfstmaanden voor en delen een aardse, licht zoete smaak die goed samengaat met room en tijm. De tamme kastanje die hiervoor gebruikt wordt, is dezelfde boomsoort waar ook gekookte, vacuümverpakte kastanjes van gemaakt worden — mild van smaak en snel gaar, in tegenstelling tot de giftige paardenkastanje.
Deze pappardelle met paddenstoelen en kastanjes is voor 4 personen, met 15 minuten voorbereiding en 25 minuten bereidingstijd. Liever een saus zonder room? De klassieke sugo di funghi is een tomatensaus met dezelfde paddenstoelen. En voor wie liever wild vlees dan wilde paddenstoelen op zijn pappardelle heeft: de pappardelle met wildzwijnragù staat ook op Pastasite.
