Vin brulé is de Italiaanse variant van glühwein: rode wijn die zachtjes warm wordt met sinaasappel, kaneel en kruidnagel. Je maakt hem in een half uur in één pan. Het huis ruikt daarna naar de feestdagen. Dit recept gebruikt weinig suiker, zodat de wijn zelf de hoofdrol houdt.

Vin brulé maken: zo blijft hij mooi en niet bitter
Verwarm de wijn altijd zachtjes. Laat hem niet koken, want dan verdampt de alcohol en wordt de smaak scherp. De pan hoort alleen te stomen. Haal de schil van de sinaasappel in lange repen en laat het witte vliesje zoveel mogelijk zitten op de sinaasappel, want dat maakt de wijn bitter. Knijp daarna de sinaasappel uit en voeg het sap toe.
Kies een gewone, droge rode wijn met veel fruit en weinig tannine, bijvoorbeeld een Merlot of een eenvoudige Montepulciano. Een dure fles is niet nodig. Proef tussendoor en voeg pas aan het eind suiker of honing toe, dan bepaal je zelf hoe zoet hij wordt.
Waar komt vin brulé vandaan?
Vin brulé drinkt men in Noord-Italië vooral in de bergen en op kerstmarkten. De naam betekent gebrande wijn. De wijn wordt alleen niet echt gebrand, maar wel verwarmd met specerijen. In Nederland en Duitsland heet hetzelfde drankje glühwein.
Extra tip: een alcoholvrije versie en een twist
Wil je geen alcohol? Vervang de wijn dan door donker druivensap en voeg het sap van een halve citroen toe, voor wat zuur. Heb je liever een stevigere variant? Roer vlak voor het serveren een scheutje amaretto door de mok. Dat geeft een zachte amandeltoon. Serveer de vin brulé in hittebestendige glazen, met een schijfje sinaasappel erin.
Voorbereiden en bewaren
Je kunt de vin brulé een paar uur van tevoren maken en op een laag vuur warm houden. Houd de pan afgedekt, anders verdampt de alcohol langzaam. Restjes bewaar je tot twee dagen in de koelkast. Warm ze rustig op zonder te koken. Meer warme drankjes vind je bij alle drankjes op Pastasite, zoals de warme appelsap met kaneel en amaretto.
