Aardappelgratin met rozemarijn is het bijgerecht dat bij bijna elk kerstmenu past. Je legt dunne plakjes aardappel in een romig mengsel van room, melk en knoflook. Daarna bak je ze tot de bovenkant goudbruin en knapperig is. Je kunt hem een dag eerder bakken en op de kerstdag opwarmen.

Aardappelgratin met rozemarijn: zo wordt hij romig en gaar
Snijd de aardappelen in plakjes van drie millimeter. Gebruik een mandoline voor gelijke plakken, dan garen ze overal even snel. Spoel de plakjes niet af. Het zetmeel dat eraan zit, bindt de saus. Verwarm de room, de melk, de knoflook en de rozemarijn eerst vijf minuten. Zo trekt de smaak in de vloeistof voor het de aardappels bereikt.
Leg de plakjes in een ingevette schaal, strooi er per laag zout en pecorino over en giet het mengsel erover. Bak de gratin eerst afgedekt met folie, zodat de aardappels zacht worden. Haal de folie er na veertig minuten af. De bovenkant kleurt dan goudbruin. Meer bijgerechten vind je bij alle bijgerechten op Pastasite.
Herkomst en extra tip
Gratin komt oorspronkelijk uit Frankrijk. De Italiaanse variant gebruikt vaak rozemarijn en pecorino of parmezaan. Meer over gratineren lees je bij Wikipedia. Laat de gratin na het bakken tien minuten rusten. Hij snijdt dan mooier en de saus trekt in de aardappels.
Zo serveer je aardappelgratin met rozemarijn
Snijd de gratin in vierkante stukken en schep ze op voorverwarmde borden. Hij past bij gebraden vlees, bij kalfsrollade en bij gevulde uien. Reken op ongeveer 200 gram aardappel per persoon. Wil je hem lichter maken? Gebruik dan meer melk en minder room. De gratin wordt dan iets minder rijk, maar blijft zacht. Voeg een snufje nootmuskaat toe voor een warme smaak. Serveer er een frisse salade bij om het gerecht in balans te houden.
Voorbereiden en bewaren
Bak de gratin gerust een dag eerder. Laat hem afkoelen, dek hem af en zet hem in de koelkast. Warm hem op de kerstdag twintig minuten op bij 180 °C. Bewaar resten tot drie dagen in de koelkast.
