Burrata met granaatappel is een voorgerecht dat er feestelijk uitziet en bijna geen werk kost. Je snijdt de burrata open en strooit er rode pitten, pistachenoten en een straaltje honing over. Daardoor krijg je zacht, knapperig en fris in één hap. Je hebt er geen fornuis voor nodig.

Burrata met granaatappel: zo bouw je het bord
Burrata is een bol verse mozzarella met een vulling van zachte room en draadjes kaas. Haal hem een half uur voor het serveren uit de koelkast. Dan is hij zachter en smaakt hij beter. Snijd de bol pas open als je hem op tafel zet. De room loopt dan over de rucola en dat ziet er meteen feestelijk uit.
Voor de kerstkleuren zorgen de rode granaatappelpitten en de groene rucola. Klop de pitten uit de granaatappel door de gehalveerde vrucht boven een kom met een houten lepel te kloppen. Dat gaat sneller dan peuteren. Daarna schud je honing, balsamicoazijn en olijfolie tot een dressing. Meer frisse voorgerechten vind je bij alle voorgerechten op Pastasite.
Herkomst en extra tip
Burrata komt uit Apulië, uit het zuiden van Italië. Meer over burrata lees je bij Wikipedia. Serveer er een gebakken plak brood bij om de room mee op te scheppen. Heb je geen pistachenoten? Neem gehakte walnoten of geroosterde hazelnoten. Een paar muntblaadjes geven een frisse, onverwachte toets.
Zo serveer je burrata met granaatappel
Leg de rucola op een grote schaal en zet de burrata’s er heel op. Snijd ze aan tafel open, dan zien je gasten de room stromen. Strooi daarna de pitten, de pistache en de honing erover. Serveer er geroosterd brood of grissini bij. Reken op een halve burrata per persoon als voorgerecht. Wil je er meer van maken? Voeg dunne plakjes peer of partjes sinaasappel toe. Dat geeft extra frisheid en past goed bij de zoete honing.
Voorbereiden en bewaren
Haal de granaatappelpitten en maak de dressing gerust een dag eerder. Bewaar ze apart in de koelkast. Open de burrata niet van tevoren, want dan trekt de room weg. Een geopende burrata eet je dezelfde dag op.
