Verhalen, tips en alles wat niet in een recept past.
Kooktips, achtergronden bij een gerecht, seizoensrecepten en af en toe een drankje erbij. Hier staat alles bij elkaar, nieuwste eerst.
-

Zet de saus klaar voordat de pasta gaar is
Pasta gaat door met garen zodra hij uit het water is, dus moet de saus op het moment van afgieten al bijna klaar staan. Werk de saus liever iets voor dan dat de pasta moet wachten.
-

Bind carbonara-achtige sauzen van het vuur af
Een saus met ei en kaas, zoals bij carbonara, wordt bij te veel hitte een omelet in plaats van een romige saus. Haal de pan van het vuur voordat je het eimengsel toevoegt en gebruik de restwarmte om te binden.
-

Gebruik de korst van harde kaas
De korst van parmezaanse of pecorino kaas geeft, meegekookt in een saus of soep, extra diepte zonder dat je meer kaas hoeft te raspen. Haal hem eruit voordat je serveert.
-

Zout de saus voorzichtig na
Omdat het kookwater al gezouten is en kaas vaak zout meebrengt, kan een saus die er los van proeft prima al genoeg zout bevatten. Proef aan het eind van de bereiding, niet halverwege.
-

Laat pasta niet lang wachten na het afgieten
Afgegoten pasta droogt en plakt snel als hij zonder saus blijft staan. Heb je toch wat tijd nodig, roer er een klein scheutje kookvocht of olie doorheen om hem los te houden.
-

Kook groene of gevulde pasta op zicht
Gekleurde pasta (spinazie, inkt) en gevulde pasta zoals ravioli hebben vaak een net iets andere kooktijd dan gewone pasta. Ga bij gevulde pasta af op het moment dat ze gaan drijven, dat is meestal betrouwbaarder dan de klok.
-

Kies olijfolie of boter met een reden
Olijfolie past bij lichte, mediterrane sauzen; boter geeft juist een ronde, rijke afwerking bij sauzen met kaas of room. Meng ze gerust, maar voeg boter het liefst pas aan het einde toe zodat de smaak fris blijft.
-

Reken op honderd gram pasta per persoon
Dat is een gangbare vuistregel voor droge pasta als hoofdmaaltijd, iets minder als voor- of bijgerecht. Bij verse pasta mag het iets meer zijn, omdat die luchtiger is.
-

Voeg knoflook laat toe
Knoflook verbrandt snel en wordt dan bitter, vooral op hoog vuur. Voeg hem pas toe als de ui of andere basis al zacht is, en op middelhoog vuur.
-

Bewaar restjes pasta apart van de saus
Pasta die al met saus gemengd is, wordt bij opwarmen sneller papperig. Bewaar ze waar mogelijk gescheiden en meng pas bij het opwarmen weer samen, met een scheutje water of bouillon erbij.
-

Gebruik geen deksel tijdens het koken
Een deksel op de pan kan het water snel laten overkoken doordat het schuim geen kant op kan. Laat de pan open staan zodra het water kookt, eventueel op iets lager vuur.
-

Pas op met te veel pasta in te weinig water
Te veel pasta in verhouding tot het water laat de temperatuur zakken en het zetmeel te veel concentreren, met plakkerige pasta als gevolg. Kook liever in twee kleinere porties dan alles in een te kleine pan.