Welke pasta bij welke saus? De vuistregel is simpel: een dunne, gladde saus past bij lange pasta, en een stevige saus met stukjes past bij pasta met ribbels of holtes. De saus moet namelijk aan de pasta blijven hangen. Hieronder zie je per pastavorm welke saus erbij past en welk recept je kunt proberen.
Lange pasta zoals spaghetti past bij olie, knoflook en lichte tomatensaus. Lintpasta past bij ragù en romige sauzen. Korte pasta zoals penne en rigatoni past bij stevige sauzen en ovenschotels. Kleine pasta hoort in de soep.
Past bij olie, tomaat, vis
Saus dun en glad
Past bij ragù, romige saus
Saus vol en rijk
Past bij stukjes, pesto, oven
Saus stevig of romig
De basisregel: saus en pasta houden elkaar vast
Bij de vraag welke pasta bij welke saus past, draait het om grip. Een dunne saus glijdt van dikke pasta af. Daarom kies je er lange, slanke pasta bij. Een saus met stukjes vlees of groente blijft juist hangen in holle of geribbelde pasta. Een gladde saus hecht zich weer beter aan een gedraaide vorm.
Daarnaast speelt het oppervlak een rol. Ruwe pasta houdt meer saus vast dan gladde pasta. Daarom kiezen veel koks voor penne rigate, met ribbels, in plaats van penne lisce.
Welke pasta bij welke saus: het overzicht
| Pastavorm | Past bij | Probeer eens |
|---|---|---|
| Spaghetti, linguine | olie, knoflook, lichte tomaat, vis | spaghetti aglio-olio |
| Tagliatelle, pappardelle | ragù, romige saus | tagliatelle met zalm en wijn |
| Penne, rigatoni | stevige saus met stukjes, oven | rigatoni met konijnragù |
| Fusilli, farfalle | pesto, romige saus, salades | pastasalade met ham en pesto |
| Conchiglie (schelpen) | dikke, romige en kaasrijke saus | saus die in de schelp blijft liggen |
| Kleine pasta | soep en stoofpotten | pasta e ceci met rozemarijnolie |
| Gevulde pasta | eenvoudige saus, zoals boter en salie | ravioli met pompoen en salieboter |
Zo kies je in vier stappen
Giet de pasta niet helemaal droog af. Schep eerst een kopje kookwater apart. Het zetmeel in dat water bindt de saus en maakt hem glanzend, dus de saus blijft beter aan de pasta zitten.
Lintpasta: dun of breed?
Ook bij lintpasta maakt de breedte verschil. Dunne linten zoals tagliolini passen bij boter, citroen of truffel. Brede linten houden een vleessaus beter vast. Het hele verschil lees je bij tagliolini of tagliatelle.
Hoeveel pasta heb je nodig?
Heb je de juiste vorm gekozen, dan telt ook de hoeveelheid. Dat is meestal 80 tot 100 gram per persoon. Een tabel voor 2 tot 10 personen staat bij hoeveel pasta per persoon. Meer over de verschillende soorten lees je op Wikipedia.
Veelgestelde vragen
Welke pasta past bij tomatensaus?
Bij een gladde tomatensaus past spaghetti of linguine. Bij een tomatensaus met stukjes past penne of rigatoni, want de saus blijft in de holtes zitten.
Welke pasta past bij pesto?
Gedraaide pasta zoals fusilli past goed bij pesto. De saus blijft in de draaiingen hangen. Ook linguine en farfalle werken goed.
Welke pasta past bij een romige saus?
Kies tagliatelle of conchiglie. De linten en schelpen houden de romige saus vast, zodat elke hap vol smaak zit.
Welke pasta past bij vleessaus?
Een stevige vleessaus past bij brede linten zoals tagliatelle en pappardelle. Ook rigatoni werkt goed, omdat de saus in de buizen blijft zitten.
Maakt de pastavorm echt verschil voor de smaak?
De smaak van de pasta is vrijwel gelijk. Het verschil zit in het mondgevoel en in hoeveel saus de pasta vasthoudt. Daardoor proef je per hap meer of minder saus.
