Tag: italie

  • Hoe truffelhonden in Italië truffels vinden

    Hoe truffelhonden in Italië truffels vinden

    Wie weleens door een vindplaats van truffels heeft gelopen, heeft waarschijnlijk niets gezien: geen bult in de grond, geen geur op straatniveau, niets dat verraadt dat er een paar centimeter dieper een truffel ligt te rijpen. Toch weten Italiaanse truffeljagers, de tartufai, precies waar ze moeten zoeken. Het geheim zit niet bij henzelf, maar bij de hond naast hen.

    In het kort

    Truffeljagers gebruiken honden, vooral de Lagotto Romagnolo. Varkens zijn in Italië sinds 1985 bij wet verboden. De hond wijst de plek aan en de tartufaio graaft voorzichtig verder.

    Seizoen september tot december · piek witte truffel oktober en november · leestijd 4 minuten

    Waarom honden en geen varkens

    Van oudsher werden in delen van Europa varkens gebruikt om truffels op te sporen. Zeugen zijn van nature gevoelig voor een geurstof in truffels die lijkt op een stof die ook bij mannelijke varkens voorkomt.

    Het probleem is dat een zeug de truffel ook wil opeten zodra ze hem vindt. Met haar snuit richt ze bovendien flink wat schade aan de bodem en het mycelium eromheen. Sinds 1985 is het gebruik van varkens voor de truffeljacht in Italië bij wet verboden.

    Honden ruiken de truffel net zo goed en richten veel minder schade aan. Belangrijker nog: ze hebben geen enkele interesse in het opeten van hun vondst zodra ze goed getraind zijn.

    De Lagotto Romagnolo

    Verschillende hondenrassen worden ingezet voor de truffeljacht, maar één ras springt eruit: de Lagotto Romagnolo, afkomstig uit de moerasgebieden van Romagna. Het is het enige hondenras ter wereld dat officieel is erkend als specifiek gefokt voor het zoeken naar truffels, met een bijzonder fijne neus en een sterke werklust.

    Oorspronkelijk werd het ras ingezet als waterhond voor de jacht in moerasgebied. Toen dat land werd drooggelegd voor landbouw, verlegden fokkers het doel van het ras naar het zoeken van truffels.

    Hoe een hond het leert

    Een truffelhond wordt vanaf pup getraind, meestal door de geur van truffel te koppelen aan spel of voedsel. Een populaire methode is een stuk truffel of een met truffelolie behandeld speeltje te verstoppen. Zo leert de hond dat het opsporen van die specifieke geur wordt beloond.

    Na verloop van tijd verplaatst de training zich naar buiten, naar bos en veld. Daar leert de hond de geur te onderscheiden van aarde, wortels en andere ondergrondse geuren.

    Het werk van de tartufaio

    Als de hond een plek aanwijst, meestal door te gaan graven of stil te blijven staan met de neus naar de grond, graaft de tartufaio zelf voorzichtig verder. Hij gebruikt daarvoor een klein, hiervoor bedoeld schepje, de vanghetto.

    Voorzichtig is het sleutelwoord: te diep of te ruw graven beschadigt het mycelium onder de grond, waardoor er op die plek jarenlang geen truffel meer groeit.

    Veel tartufai gaan bewust ’s nachts of vroeg in de ochtend op pad. Niet omdat truffels dan makkelijker te vinden zijn, maar om te voorkomen dat anderen zien waar hun beste plekken liggen. Goede vindplaatsen worden al generaties lang angstvallig geheimgehouden binnen families.

    Waar het gebeurt

    Witte truffel
    Piemonte, met de stad Alba als centrum. Een jaarlijkse truffelmarkt trekt bezoekers van over de hele wereld.
    Zwarte truffel
    Umbrië, met name rond Norcia, en de Marche.

    Het seizoen loopt voor de meeste soorten van september tot december, met de piek van de witte truffel in oktober en november.

    Een neus die niet te vervangen is

    Ondanks pogingen om truffels op te sporen met elektronische sensoren of geuranalyse, blijft de hondenneus verreweg de betrouwbaarste methode. Een goed getrainde Lagotto Romagnolo kan een truffel ruiken die tientallen centimeters onder de grond zit, tussen wortels van eiken, hazelaars of linden door. Dat zijn bomen waarmee truffels een symbiotische relatie aangaan.

    Zolang niemand die neus kan namaken, blijft de truffeljacht in Italië mensenwerk met een hond als onmisbare partner.

    Wil je de truffel zelf proeven? Probeer dan onze ravioli met truffelsaus. Je maakt hem in twintig minuten met truffelpasta uit een potje.

  • Waarom je in Italië je pasta nooit doorsnijdt

    Waarom je in Italië je pasta nooit doorsnijdt

    Je bestelt spaghetti in een restaurant in Rome en kijkt naast je bord naar het bestek. Er ligt geen mes. Je vraagt om er een. De ober kijkt je aan alsof je om een lepel bij je koffie hebt gevraagd. In Italië snijd je je pasta niet door. Dat is geen ongeschreven regel voor toeristen alleen. Het zit diep verankerd in hoe Italianen tegen eten aankijken, en zelfs Italiaanse kinderen leren het al vroeg.

    Waarom er geen mes op tafel ligt

    Bij een langwerpige pasta als spaghetti, tagliatelle of linguine krijg je in Italië standaard alleen een vork. Een mes hoort er simpelweg niet bij. Pasta is bedoeld om op te draaien, niet om in stukjes te knippen. Wie toch een mes pakt, laat daarmee onbedoeld zien dat hij de techniek niet beheerst. Mensen vinden dat eerder grappig dan beledigend, maar ze merken het wel degelijk op, ook aan tafel bij vrienden. Bij jonge kinderen maken ouders soms een uitzondering. Een lepel als hulpmiddel accepteren Italianen bij toeristen wel, al fronsen puristen daar ook een beetje bij.

    De kunst van het opdraaien

    De techniek zelf is eenvoudiger dan hij oogt. Je prikt een klein aantal slierten aan de rand van je bord. Je draait de vork ronddraaiend tegen het bord aan tot er een compact bolletje ontstaat. Dat bolletje breng je in één keer naar je mond. Een lepel als steun is in Zuid-Italië gebruikelijker dan in het noorden. Daar draai je de vork tegen de lepel aan. Puristen in het noorden zien die lepel als een overbodig hulpmiddel. Belangrijk is vooral: neem kleine hoeveelheden per keer. Zo blijven er geen lange slierten bungelen en ziet je bord er na afloop nog netjes uit.

    Niet elke pasta valt onder hetzelfde verbod

    De regel geldt vooral voor lange, dunne pasta’s die zich laten opdraaien. Bij pasta al forno, zoals lasagne of een gevulde ovenschotel, ligt een mes wel gewoon op tafel. Dat gerecht snijd je immers zoals je een taart zou snijden. Ook bij grotere gevulde vormen als ravioli of tortelloni gebruik je soms de zijkant van je vork. Je breekt er dan een stuk mee af. Dat geldt niet als hetzelfde vergrijp als een spaghettisliert doormidden hakken. Korte pasta zoals penne of farfalle prik je gewoon op, zonder enige twijfel over bestek. De grens ligt bij lange, gladde slierten: die draai je op, punt uit.

    Waar de gewoonte vandaan komt

    De gewoonte gaat verder terug dan je zou verwachten. Tot diep in de negentiende eeuw verkochten straatverkopers in Napels pasta gewoon op straat. Mensen aten het met de hand, rechtstreeks uit een kegel van papier. Pas toen de lange vork gemeengoed werd, veranderde dat. Die vork had langere tanden dan de vorken van daarvoor. Zo ontstond er een nette manier om pasta te eten zonder de vingers te gebruiken. Het mes kwam daarbij nooit in beeld, simpelweg omdat het voor deze eettechniek geen functie had. Die geschiedenis maakt de vork-alleen-regel geen recente uitvinding. Het is een gewoonte van meer dan honderd jaar oud. Vanuit de straten van Napels verspreidde die zich over heel Italië.

    Wat er gebeurt als je het toch fout doet

    Niemand stuurt je weg uit een restaurant omdat je om een mes hebt gevraagd. In de praktijk krijg je op zijn ergst een licht verbaasde blik van de ober. Soms maakt een Italiaanse tafelgenoot een vriendelijke opmerking. Thuis, tussen familie, knijpen mensen om dezelfde reden ook weleens een oogje dicht. Dat geldt vooral voor kinderen die de opdraaitechniek nog niet onder de knie hebben. Wil je het wél netjes doen? Oefen de opdraaibeweging dan eerst rustig thuis met wat spaghetti. Dan hoef je in Italië niet meer na te denken over waar dat mes ook alweer lag.