Categorie: Tips

  • Kruid pastasalades steviger dan warme pasta

    Kruid pastasalades steviger dan warme pasta

    Kruid pastasalades steviger dan warme pasta. Koude gerechten proef je minder sterk dan warme. Een pastasalade heeft daarom vaak meer zout, zuur of kruiden nodig dan je in eerste instantie zou denken. Proef daarom op kamertemperatuur, niet meteen uit de koelkast.

    Waarom koude gerechten minder smaak hebben

    Je tong ruikt en proeft koude gerechten minder goed. Geuren komen moeilijker vrij bij lage temperaturen. Daardoor smaakt een salade die lauw lekker is, uit de koelkast ineens vlak. Pasta neemt bovendien dressing op terwijl hij rust. Na een uur is er minder smaak over dan je dacht.

    Zo kruid je pastasalades steviger

    Gebruik meer zout dan bij warme pasta en voeg zuur toe, zoals citroensap of azijn. Maak de dressing met een goede olijfolie en wat mosterd of knoflook. Voeg verse kruiden toe, zoals basilicum of peterselie, vlak voor het serveren. Gedroogde kruiden, zoals oregano, mogen vroeg in de dressing. Proef de salade na twintig minuten rust opnieuw en stuur bij.

    Welke ingrediënten helpen

    Gedroogde tomaten, olijven, kappertjes en feta geven veel smaak. Ook geroosterde paprika, rucola en pijnboompitten werken goed. Houd rekening met het zout van deze ingrediënten. Voeg zout daarom in kleine stappen toe. Zie ook zout in fases voor meer over zouten.

    Kook de pasta goed

    Kook pasta voor salades iets korter dan voor warme gerechten. Spoel hem kort af onder koud water, zodat het garen stopt. Dat is een van de weinige keren dat afspoelen wel kan. Meng er direct wat olijfolie doorheen, zodat de pasta niet klontert. Lees ook spoel pasta nooit af na het koken.

    Rust en bewaren

    Laat de salade minstens een half uur rusten in de koelkast, zodat de smaken zich verbinden. Haal hem daarna ruim voor het serveren uit de koelkast. Proef nog een keer. Voeg zo nodig een scheutje olie of azijn toe, want de pasta heeft vocht opgenomen. Bewaar de salade maximaal twee dagen. Meer lees je bij pasta bewaren.

    Een voorbeeld

    Meng gekookte fusilli met cherrytomaatjes, mozzarella, basilicum en een dressing van olijfolie, citroensap, zout en peper. Proef warm, en je denkt dat het genoeg is. Proef na een uur koud en je merkt dat er meer zout en citroen bij moet. Dat is precies wat deze tip bedoelt.

    Kruid pastasalades dus steviger dan warme pasta, en proef op kamertemperatuur.

  • Kook volkoren pasta met iets meer geduld

    Kook volkoren pasta met iets meer geduld

    Kook volkoren pasta met iets meer geduld. Volkorenpasta heeft door de vezels vaak een paar minuten langer nodig om zacht te worden dan witte pasta. Proef daarom vaker tussendoor. De overgang van te hard naar goed gaat bij volkoren pasta namelijk sneller dan bij gewone pasta.

    Waarom volkoren pasta langer duurt

    Volkoren pasta bevat de hele graankorrel, dus ook de zemelen en de kiem. Die vezels nemen water langzamer op dan witte bloem. Daardoor duurt het langer voordat de kern zacht wordt. De buitenkant kan intussen al glibberig worden. Dat verklaart waarom volkoren pasta soms ineens zacht lijkt, terwijl de kern nog stevig is.

    Zo kook je volkoren pasta goed

    Gebruik ruim water, ongeveer een liter per honderd gram pasta. Zout het water goed en roer de eerste minuut. Begin met proeven twee minuten voor het einde van de kooktijd op de verpakking. Proef daarna elke halve minuut. Haal de pasta eruit zodra hij nog een lichte bite heeft. Gebruik daarbij een grote pan, zodat de pasta ruimte heeft.

    Smaak en saus

    Volkoren pasta heeft een nootachtige, wat aardse smaak. Die past bij stevige sauzen, zoals tomaat met groente, linzen, champignons of een romige kaassaus. Een heel delicate saus, zoals boter met citroen, verdwijnt er bijna in. Kies dus iets met karakter. Meer ideeën vind je bij welke pasta bij welke saus.

    Hoeveel heb je nodig?

    Volkoren pasta is voedzamer en vullender dan witte pasta. Daarom is tachtig gram per persoon vaak genoeg. Dat scheelt ook in de pan. Heb je een gezin met flinke eters, houd dan toch honderd gram aan. Meer over porties lees je bij hoeveel pasta per persoon.

    Wennen aan de smaak

    Ben je volkoren pasta niet gewend? Begin dan met een halve-halve verhouding: de helft volkoren, de helft witte pasta. Kook ze apart, want de kooktijden verschillen. Meng ze pas in de saus. Zo went je gezin geleidelijk aan de nootachtige smaak, en krijg je toch meer vezels binnen.

    Veelgemaakte fouten

    De meeste mensen koken volkoren pasta te kort of juist veel te lang. Te kort geeft een korrelige, droge bite. Te lang maakt de pasta papperig en bitter. Een derde fout is te weinig saus. Volkoren pasta neemt meer saus op, dus voeg een scheutje kookvocht toe als de saus te dik wordt.

    Een voorbeeld

    Noemt de verpakking twaalf minuten voor volkoren penne, begin dan met proeven na tien minuten. Geef hem eventueel nog een halve minuut extra. Meng hem met een saus van tomaat en gebakken groente in de pan. Zo blijft hij stevig en vol van smaak.

    Neem dus de tijd: kook volkoren pasta met iets meer geduld, en proef vaak.

  • Laat sauzen rustig inkoken

    Laat sauzen rustig inkoken

    Een saus die op laag vuur langzaam inkookt, ontwikkelt meer diepte dan een saus die snel op hoog vuur wordt ingedikt. Geef het de tijd, vooral bij tomatensauzen en jus.

  • Laat vlees rusten na het bakken

    Laat vlees rusten na het bakken

    Vlees dat direct na het bakken wordt aangesneden, verliest meer vocht dan vlees dat een paar minuten heeft kunnen rusten. De sappen verdelen zich tijdens die rust weer door het hele stuk.

  • Verse pasta kookt sneller dan gedroogde

    Verse pasta kookt sneller dan gedroogde

    Verse pasta kookt sneller dan gedroogde pasta. Verse pasta is meestal binnen twee tot vier minuten gaar. Gedroogde pasta heeft, afhankelijk van de dikte, acht tot vijftien minuten nodig. Houd daar rekening mee als je een recept aanpast.

    Waarom verse pasta zo snel gaar is

    Verse pasta bevat nog vocht. Het deeg is zacht en neemt het kokende water razendsnel op. Gedroogde pasta heeft dat vocht niet. Het water moet eerst door het harde deeg heen trekken. Dat kost tijd. Daarom is de kooktijd van gedroogde pasta langer.

    Kooktijden naast elkaar

    Dunne verse tagliatelle is vaak in twee minuten klaar. Gevulde verse pasta, zoals ravioli, heeft zo’n drie tot vier minuten nodig. Dunne gedroogde spaghetti kost ongeveer acht tot tien minuten. Dikke penne of rigatoni kan vijftien minuten duren. Dit zijn richttijden, want elke pasta is anders. Lees daarom altijd de verpakking en proef zelf.

    Een recept aanpassen

    Wissel je gedroogde pasta voor verse? Kook dan veel korter. Begin met proeven na twee minuten. Wissel je verse voor gedroogde pasta, bereken dan ruim extra tijd. Ook de hoeveelheid verschilt. Van verse pasta neem je iets meer, ongeveer 100 tot 125 gram per persoon. Bij gedroogde pasta is 80 tot 100 gram genoeg. Meer daarover lees je in ons artikel over hoeveel pasta per persoon.

    Zo zie je dat verse pasta klaar is

    Gevulde verse pasta komt bovendrijven als hij bijna gaar is. Proef hem toch altijd. Hij moet zacht zijn, met nog een lichte bite. Giet hem direct af, want verse pasta gaart snel door. Bewaar daarom eerst een kop kookvocht voor de saus. Zo kun je de saus daarna nog soepel maken.

    Let op de saus

    Verse pasta past bij lichte sauzen. Denk aan boter met salie, een simpele tomatensaus of een romige kaassaus. Een stevige vleessaus overheerst de zachte smaak snel. Zorg bovendien dat de saus klaarstaat, want verse pasta wacht niet. Zet de saus klaar voordat de pasta gaar is, dan komt alles op het juiste moment samen.

    Zelf verse pasta maken? Lees dan ons stappenplan om zelf pasta te maken. Onthoud dus: verse pasta kookt sneller dan gedroogde, dus blijf erbij staan.

  • Verwarm de pan voor

    Verwarm de pan voor

    Verwarm de pan voor, voordat je er iets in doet. Eten in een koude pan begint te koken in plaats van te bakken. Het verliest vocht voordat er kleur op komt. Laat een droge pan eerst goed heet worden voordat er olie of boter in gaat.

    Waarom je de pan moet voorverwarmen

    Een hete pan zorgt voor de bruine korst waar de smaak zit. Dat bruinen heet de Maillard-reactie en begint pas bij hoge temperaturen. In een koude pan trekt het vocht uit het eten en stoomt het mee. Je krijgt grijs vlees, slappe groente en geen korst. Ook plakt eten sneller vast aan een pan die niet heet genoeg is.

    Zo kun je de pan voorverwarmen

    Zet de lege pan op middelhoog tot hoog vuur. Wacht twee tot drie minuten, afhankelijk van de pan. Houd je hand een paar centimeter boven het oppervlak om de hitte te voelen. Of laat een druppel water in de pan vallen. Danst de druppel en verdampt hij snel, dan is de pan klaar. Voeg dan de olie toe en wacht tot die glinstert.

    Olie of boter?

    Gebruik voor hoge hitte een olie met een hoog rookpunt, zoals zonnebloemolie of arachideolie. Boter verbrandt snel en gebruik je beter aan het eind. Extra vergine olijfolie kan op middelhoog vuur, maar niet op het hoogste vuur. Zie ook kies olijfolie of boter met een reden.

    Welke pannen zijn het best?

    Gietijzer en roestvrij staal houden hitte goed vast en geven een mooie korst. Pannen met een antiaanbaklaag mag je niet leeg te heet laten worden. Verwarm die op middelhoog vuur, kort, met wat olie erin. Lees de aanwijzingen van de fabrikant. Een zware pan is vaak de beste keuze voor vlees.

    Vlees en pan samen

    Laat vlees eerst op kamertemperatuur komen, zoals je leest bij laat vlees op temperatuur komen. Overlaad de pan niet, want dan zakt de temperatuur. Meer daarover lees je bij doe niet teveel in een pan. Zo houd je de hitte hoog en krijgt het vlees een mooie korst.

    Wat als de pan te heet is?

    Rookt de olie of ruikt het verbrand, haal de pan dan even van het vuur. Laat hem een halve minuut afkoelen en veeg zo nodig de olie weg. Begin daarna opnieuw met verse olie. Verbrande olie geeft een bittere smaak aan het gerecht. Een iets lagere stand voorkomt dat het opnieuw gebeurt.

    Een voorbeeld

    Je wilt champignons bakken. Verwarm de pan droog en voeg dan een beetje olie toe. Leg de champignons erin in een enkele laag en laat ze met rust. Ze kleuren goudbruin en smaken diep. Begin je in een koude pan, dan geven ze vocht af en worden ze grijs en rubberachtig. Dat is het verschil dat voorverwarmen maakt.

    Onthoud dus: verwarm de pan voor, en geef je eten een goede start.

  • Voeg verse kruiden laat toe, gedroogde juist vroeg

    Voeg verse kruiden laat toe, gedroogde juist vroeg

    Gedroogde kruiden hebben tijd nodig om hun smaak af te geven en kunnen dus vroeg in de bereiding, terwijl verse kruiden hun smaak juist verliezen bij lang koken. Voeg verse kruiden daarom pas op het laatst toe.

  • Gebruik een vleesthermometer

    Gebruik een vleesthermometer

    Op het oog inschatten of vlees gaar is, gaat vaker mis dan je denkt, zeker bij dikkere stukken. Een vleesthermometer in de kern geeft een exact antwoord en voorkomt zowel rauw als te droog vlees.

  • Voeg knoflook laat toe

    Voeg knoflook laat toe

    Voeg knoflook laat toe aan je saus. Knoflook verbrandt snel en wordt dan bitter, vooral op hoog vuur. Wacht daarom tot de ui of andere basis al zacht is. Bak de knoflook bovendien op middelhoog vuur.

    Waarom je knoflook laat toevoegt

    Knoflook bevat veel suikers en weinig water. Daardoor kleurt hij binnen een halve minuut van bleek naar bruin. Bruine knoflook smaakt bitter, en die bitterheid trekt door je hele gerecht. Ui heeft veel meer tijd nodig om zacht te worden. Zet je beide tegelijk in de pan, dan is de knoflook allang verbrand voordat de ui klaar is.

    Zo voeg je knoflook laat toe

    Bak eerst de ui op laag tot middelhoog vuur, tot hij zacht en glazig is. Schuif hem opzij of laat hem gewoon liggen. Voeg dan de knoflook toe en roer. Bak hem hooguit dertig tot zestig seconden, tot je de geur ruikt. De knoflook mag lichtgoud worden, maar niet bruin. Voeg daarna meteen de tomaten of een scheut vocht toe. Dat stopt het bakproces.

    Hoe je knoflook snijdt telt mee

    Fijn gehakte of geperste knoflook verbrandt het snelst. Dunne plakjes en grove stukjes hebben iets meer tijd. Wil je een milde smaak, gebruik dan hele teentjes die je licht plat drukt. Haal ze uit de pan zodra ze goud zijn. Zo geef je smaak af zonder de kans op bitterheid.

    Wat als de knoflook toch verbrandt?

    Begin dan opnieuw. Verbrande knoflook kun je niet redden, ook niet met extra zout of suiker. Haal de pan van het vuur, veeg hem schoon en start met verse olie. Dat kost twee minuten en scheelt een bitter gerecht. Lees ook de tip laat knoflook niet verbranden.

    Uitzonderingen

    Bij een gerecht als aglio e olio bak je de knoflook juist als eerste, maar dan zachtjes en in veel olie. Het vuur staat dan laag en je let goed op de kleur. Bij een langzaam gegaarde saus kun je knoflook ook later toevoegen, samen met de tomaten. Zo blijft de smaak zacht. Zie ook tomatensaus maken.

    Onthoud dus: voeg knoflook laat toe, en houd het vuur gematigd.

  • Gebruik het aanbaksel

    Gebruik het aanbaksel

    De bruine restjes die achterblijven na het bakken van vlees zitten vol smaak. Blus de pan met een scheut water, wijn of bouillon en schraap het aanbaksel los voor de basis van een snelle saus.