Laat pasta niet lang wachten na het afgieten. Afgegoten pasta droogt en plakt snel als hij zonder saus blijft staan. Heb je toch wat tijd nodig, roer er dan een klein scheutje kookvocht of olie doorheen om hem los te houden.
Waarom pasta niet lang kan wachten
Zodra je afgiet, begint de pasta af te koelen. Het zetmeel aan de buitenkant droogt in en wordt kleverig. De sliertjes of buisjes plakken dan aan elkaar. Daarnaast gaart de pasta nog na, waardoor hij zachter wordt dan de bedoeling was. Na vijf minuten wachten is het verschil al duidelijk te proeven.
Zo voorkom je dat pasta moet wachten
Plan je kookmoment goed. Laat de pasta pas in het water gaan als de saus bijna klaar is. Zet de tafel gedekt en de gasten aan tafel voordat je afgiet. Hoe je dat aanpakt, lees je bij zet de saus klaar voordat de pasta gaar is. Meng de pasta direct met de saus, bij voorkeur in de pan met de saus.
Wat als je toch moet wachten?
Soms loopt het anders. De gasten zijn te laat, of de saus is nog niet klaar. Giet de pasta dan af, maar bewaar eerst een kop kookvocht. Doe de pasta terug in de warme pan en roer er een scheutje kookvocht of een klein beetje olijfolie doorheen. Leg een deksel op de pan. Zo blijft de pasta warm en soepel, tot je de saus toevoegt.
Pasta weer losmaken
Is de pasta al aan elkaar gaan plakken? Giet er dan een beetje heet water of kookvocht over en schud de pan stevig. Gebruik een vork om de sliertjes los te trekken. Dit werkt het best als je het binnen een paar minuten doet. Daarna kun je de pasta gewoon met de saus mengen. De smaak lijdt er nauwelijks onder.
Pasta voor later bewaren
Wil je de pasta bewust niet meteen eten? Meng hem dan toch met de saus, en laat hem afkoelen. Pasta met saus blijft veel soepeler dan pasta zonder. Hoe je hem daarna bewaart en opwarmt, lees je in ons artikel over pasta bewaren.
Onthoud dus: laat pasta niet lang wachten na het afgieten, en meng hem zo snel mogelijk met de saus.





