Tag: tips

Korte, praktische kooktips voor pasta en Italiaans koken, van pasta koken tot sauzen en bewaren.

  • Proef de saus los van de pasta

    Proef de saus los van de pasta

    Proef de saus los van de pasta. Een saus die apart geproefd goed smaakt, kan in combinatie met pasta en kookvocht ineens anders uitpakken. Proef daarom het eindresultaat samen, niet alleen de saus op zich, voordat je bijstuurt.

    Waarom een saus anders smaakt met pasta

    Pasta neemt zout, vet en smaak op uit de saus. Hij verdunt de saus ook, want hij brengt kookvocht en zetmeel mee. Een saus die op de lepel krachtig smaakt, is op het bord dus milder. Andersom kan een saus die aan het randje van te zout zit, juist goed uitpakken. Daarom is een lepel saus alleen niet genoeg.

    Zo proef je de saus los van de pasta

    Proef eerst de saus alleen, om de basis te controleren. Is er genoeg zout, zuur en kruiden? Zet de saus daarna klaar met een iets krachtigere smaak dan je wilt. Meng de pasta erdoor en proef dan opnieuw, met een hap pasta en saus samen. Bijsturen doe je pas daarna. Zo voorkom je dat je te veel zout toevoegt.

    Waar let je op bij het proeven?

    Let op zout, zuur, zoet, bitter en structuur. Voelt de saus plat? Voeg dan een scheutje citroensap of azijn toe. Is hij te scherp? Een snufje suiker of een klontje boter rondt af. Is hij te dik? Voeg kookvocht toe. Meer daarover lees je bij voeg zuur toe aan het einde.

    Gebruik een schone lepel

    Gebruik voor elke proefronde een schone lepel. Zo voorkom je dat je de saus vervuilt. Laat de saus ook even afkoelen, want hete saus proef je minder goed. Proef bovendien niet te vaak achter elkaar, want je smaak raakt dan moe. Neem tussendoor een slokje water of een stukje brood.

    Zout met mate

    Het kookwater en de kaas brengen al zout mee. Zout de saus daarom pas na het mengen bij. Lees meer in zout de saus voorzichtig na. Zet het eindresultaat eventueel nog even op laag vuur, zodat de smaken zich verbinden.

    Een voorbeeld

    Je maakt een simpele tomatensaus met basilicum. Op de lepel smaakt hij precies goed. Na het mengen met spaghetti is hij vlak. Je proeft opnieuw, voegt een snufje zout en wat olijfolie toe en roert nog een minuut. Nu klopt het. Zonder die tweede proefronde had je een saus gehad die op papier goed was, maar op het bord tegenviel. Meng ook altijd de pasta in de pan met de saus.

    Proef dus de saus los van de pasta, en proef daarna het geheel.

  • Houd je mes scherp

    Houd je mes scherp

    Houd je mes scherp, want een scherp mes is veiliger dan een bot mes. Een scherp mes glijdt door groente en vlees in plaats van dat je moet duwen. Dat duwen is juist de oorzaak van de meeste snijongelukken. Een simpele wetstaal voor gebruik houdt de snede al een stuk langer strak.

    Waarom een scherp mes veiliger is

    Met een bot mes zet je meer kracht. Het mes kan dan wegglijden over de schil van een tomaat of ui. Een scherp mes grijpt direct en volgt je beweging. Je hebt meer controle en snijdt netter. Netter snijden betekent ook gelijkmatig gaar eten, want alle stukjes zijn even groot. Dat merk je in elk gerecht.

    Zo houd je je mes scherp

    Gebruik een wetstaal voor elk gebruik. Houd het mes onder een hoek van ongeveer vijftien tot twintig graden. Haal het mes in lichte, gelijkmatige halen langs de staal, een paar keer per kant. Een wetstaal herstelt de snede maar slijpt niet echt. Gebruik daarnaast een slijpsteen of laat het mes een of twee keer per jaar slijpen. Zo blijft het scherp.

    Bewaar je mes goed

    Gooi messen niet los in een la. De snede raakt dan beschadigd en je kunt je snijden. Gebruik een magneetstrip, een messenblok of een beschermhoes. Snijd bovendien op een houten of kunststof plank, niet op steen of glas. Zulke harde ondergronden maken de snede snel bot.

    Handen en afwas

    Was je mes met de hand en droog het direct af. De vaatwasser maakt de snede bot en de steel kan loskomen. Gebruik ook geen ruwe schuursponsjes op het lemmet. Een zacht sponsje en wat afwasmiddel zijn genoeg. Leg het mes na gebruik niet in de gootsteen, maar spoel het direct af.

    Welke messen heb je nodig?

    Met drie messen kom je ver: een koksmes, een kleine schilmes en een kartelmes voor brood. Een koksmes gebruik je voor ui, knoflook, groente en vlees. Zo snijd je een ui snel en gelijkmatig, wat helpt bij ui fruiten op laag vuur. Zie ook zet alles klaar voordat je begint voor een goede voorbereiding.

    Een eenvoudige test

    Hoe weet je of je mes scherp genoeg is? Probeer een tomaat te snijden. Een scherp mes gaat er zonder druk doorheen. Een bot mes drukt de tomaat plat of glijdt eraf. Merk je dat, dan is het tijd voor de staal of de steen. Doe dat liever te vaak dan te weinig.

    Een voorbeeld uit de keuken

    Stel, je snijdt een ui voor een tomatensaus. Met een bot mes wordt de ui geplet en tranen je ogen. Met een scherp mes snijd je er rustig doorheen. De stukjes zijn even groot en bakken gelijkmatig. Dat scheelt kooktijd en voorkomt dat sommige stukjes verbranden terwijl andere nog rauw zijn.

    Onthoud dus: houd je mes scherp, en kook veiliger en sneller.

  • Ragù of bolognese: dit is het echte verschil

    Ragù of bolognese: dit is het echte verschil

    Ragù of bolognese: de meeste mensen gebruiken de twee woorden door elkaar. Toch is er een verschil, en in Italië horen ze dat meteen. Een ragù is een brede groep langzaam gestoofde vleessauzen. Ragù alla bolognese is er slechts één van. Hier lees je wat de twee van elkaar onderscheidt en wat je ermee doet.

    In het kort

    Ragù is de verzamelnaam voor langzaam gestoofde vleessauzen. Bolognese is één recept uit die groep, met vooral gehakt en weinig tomaat.

    Suddertijd vanaf 1,5 uur · past bij tagliatelle · invriesbaar
    Ragù
    Is een groep sauzen
    Vlees rund, varken, eend, konijn, wild
    Bereiding urenlang zachtjes stoven
    Ragù alla bolognese
    Is één recept uit Bologna
    Vlees vooral gehakt
    Tomaat weinig, het vlees voert de boventoon

    Wat is een ragù?

    Ragù is de verzamelnaam voor Italiaanse sauzen waarin vlees urenlang zachtjes stooft. Het vlees kan gehakt zijn, maar ook gestoofd en uit elkaar getrokken. Daarom bestaan er ragù’s van rund, varken, eend, konijn en wild. Op deze site vind je bijvoorbeeld tagliatelle met eendenragù, pappardelle met wildzwijnragù en rigatoni met konijnragù en olijven. Meer achtergrond vind je op Wikipedia (in het Engels).

    Wat is ragù alla bolognese?

    Dit is de variant uit Bologna. Je maakt hem van gehakt, soffritto van ui, wortel en bleekselderij, een beetje tomaat en meestal wijn of melk. Het is dus geen tomatensaus met gehakt. Het vlees voert de boventoon en de tomaat is bijzaak. Bovendien sudderen de ingrediënten lang, vaak enkele uren. Lees ook de uitleg op Wikipedia (in het Engels).

    De verschillen op een rij

    1
    Ragù is een groep sauzen. Bolognese is één recept uit die groep.
    2
    In een bolognese zit vooral gehakt. Een ragù kan ook van eend, konijn of wild zijn.
    3
    Bolognese bevat weinig tomaat. Veel Nederlandse varianten bevatten juist veel tomaat.
    4
    In Bologna eet je de saus meestal met tagliatelle. Spaghetti bolognese is vooral een buitenlandse uitvinding.

    Welke pasta past bij ragù?

    Een stevige saus vraagt om brede of grove pasta. Tagliatelle en pappardelle houden de saus goed vast. Rigatoni en penne werken ook, want de ribbels vangen stukjes vlees. Kies daarom liever geen dunne spaghetti, want de saus glijdt er dan vanaf. Lasagne is een andere klassieker. Hoe je die opbouwt, lees je bij lasagne bouwen.

    Zo maak je zelf ragù

    Wil je zelf aan de slag? Gebruik dan het recept voor ragù bolognese. Zoek je een romigere variant? Probeer dan de romige spaghetti bolognese met pancetta. Nog meer inspiratie vind je in het artikel Italiaanse ragù om verliefd op te worden.

    Tips voor een goede ragù

    Bak het gehakt bruin.
    Dat geeft de meeste smaak.
    Snijd de groenten fijn.
    Zo lossen ze op in de saus.
    Laat hem sudderen.
    Minstens anderhalf uur, zachtjes.
    Maak extra.
    Vries een deel in. De smaak wordt er na een dag zelfs beter van.

    Veelgestelde vragen

    Is spaghetti bolognese Italiaans?

    Niet echt. In Bologna serveren ze de saus meestal met tagliatelle. De combinatie met spaghetti kennen vooral andere landen.

    Hoe lang moet een ragù sudderen?

    Reken op minstens anderhalf uur. Met stoofvlees, zoals eend of wild, loopt dat op tot drie uur of meer.

    Kan ik ragù invriezen?

    Ja, dat kan prima. Laat de saus eerst afkoelen en bewaar hem tot drie maanden in de vriezer.

  • Zet alles klaar voordat je begint

    Zet alles klaar voordat je begint

    Ingrediënten afwegen, snijden en klaarzetten voordat het vuur aangaat, voorkomt haastwerk terwijl je nog aan het snijden bent. Vooral bij gerechten die snel gaan, zoals wokken, scheelt dit veel stress.

  • Match de vorm met de saus

    Match de vorm met de saus

    Match de vorm met de saus, en je pastagerecht smaakt meteen beter. Niet elke pasta past namelijk bij elke saus. Dikke, romige sauzen werken beter met brede of holle vormen, zoals pappardelle of rigatoni. Dunne, olieachtige sauzen combineer je juist met lange, dunne pasta zoals spaghetti of linguine.

    Waarom de vorm met de saus moet kloppen

    De saus moet aan de pasta blijven hangen. Daarom kijk je naar het oppervlak en de holtes. Ribbels en gaatjes houden saus vast. Een gladde, lange vorm houdt vooral een dun laagje vast. Een goede combinatie geeft in elke hap evenveel pasta als saus.

    Welke saus past bij welke vorm?

    Brede linten, zoals pappardelle, passen bij stevige vleessauzen. Rigatoni en penne met ribbels houden dikke tomatensaus en kaassaus goed vast. Spaghetti en linguine combineer je met olijfolie, knoflook, vis of een lichte tomatensaus. Kleine vormen, zoals orecchiette, nemen stukjes groente mee. Tagliatelle past bij ragù en bij romige sauzen.

    Voorbeelden uit de praktijk

    Neem een romige kaassaus. Die blijft prima hangen in de holtes van macaroni of de ribbels van penne. Met spaghetti glijdt zo’n saus er vaak af. Kies je een lichte saus van olijfolie en knoflook? Dan past spaghetti juist uitstekend, want de dunne sliertjes nemen precies genoeg olie mee. Een bolognese combineer je het best met tagliatelle, omdat de brede linten de stukjes vlees goed vasthouden. Kleine schelpjes vangen op hun beurt erwtjes en stukjes tomaat.

    Een vuistregel om te onthouden

    Hoe dikker de saus, hoe groter en ruwer de pasta. Hoe dunner de saus, hoe dunner en gladder de pasta. Met die regel kom je al een heel eind. Het is overigens een richtlijn, geen wet. In Italië kiest elke streek bovendien haar eigen combinaties.

    Meer over pasta en saus

    Wil je het uitgebreider weten? Lees dan ons overzicht welke pasta bij welke saus past. Maak je zelf een basis? Bekijk dan hoe je tomatensaus maakt of een kaassaus.

    Wat als je pasta in huis hebt die niet past?

    Dat gebeurt vaak. Je hebt bijvoorbeeld alleen spaghetti, maar je wilt een stevige saus met stukjes. Maak de saus dan fijner. Pureer de groente of snijd het vlees kleiner. Zo blijft de saus beter aan de sliertjes hangen. Andersom werkt het ook. Heb je alleen penne, maak dan een dunnere saus iets steviger door hem langer in te laten koken.

    Dus de volgende keer: match de vorm met de saus voordat je de pan pakt.

  • Gebruik een pastavork om te serveren

    Gebruik een pastavork om te serveren

    Gebruik een pastavork om te serveren. Met een pastavork of tang serveer je pasta direct vanuit de pan, zonder dat je hoeft af te gieten via een zeef. Zo blijft er wat vocht aan de pasta zitten. Dat is handig bij lange pastasoorten zoals spaghetti of tagliatelle.

    Waarom een pastavork beter werkt dan een vergiet

    Bij het afgieten in een vergiet verlies je al het kookvocht. De pasta droogt snel uit en plakt aan elkaar. Met een pastavork til je de pasta uit het water en neem je automatisch een beetje vocht mee. Dat vocht bevat zetmeel, en zetmeel helpt de saus te binden. Je hoeft bovendien geen zware pan te tillen.

    Zo gebruik je een pastavork

    Steek de vork in de pasta en draai hem rustig een halve slag. Til de pasta op en laat het water even uitlekken boven de pan. Leg de pasta direct in de pan met de saus of op het bord. Herhaal tot de pan leeg is. Bewaar het kookwater eerst nog even. Bewaar een kop kookvocht voor de saus, voordat je de pan leeggiet.

    Pastavork of tang?

    Een pastavork heeft stompe tanden of een holte in het midden en pakt lange pasta goed vast. Een tang werkt voor korte pasta zoals penne en fusilli, en voor gevulde pasta. Een schuimspaan kan ook, vooral voor ravioli en gnocchi. Kies het gereedschap dat bij de pasta past. Een gewone vork werkt ook, maar pakt minder goed.

    Handige tips bij het serveren

    Verwarm de borden vooraf met heet water, dan blijft de pasta langer warm. Meng de pasta eerst met de saus voordat je serveert. Dat doe je het best in de pan met de saus. Zet extra saus apart op tafel voor wie wat meer wil. Rasp de kaas pas op het bord.

    Een voorbeeld met spaghetti

    Laat de spaghetti twee minuten korter koken dan op de verpakking staat. Pak met de pastavork een flinke portie en til hem direct in de pan met de saus. Draai de vork een paar keer, zodat de sliertjes bedekt raken. Voeg een scheutje kookvocht toe en laat de pasta een minuut doorgaren. Draai er nu porties van op het bord, met de vork als hulpmiddel. Zo krijg je mooie nestjes zonder rommel.

    Wanneer een vergiet toch handig is

    Kook je grote hoeveelheden, bijvoorbeeld voor tien personen, dan is een vergiet praktischer. Bewaar dan altijd eerst een kop kookvocht. Giet af en doe de pasta direct terug in de warme pan. Meng hem met de saus en voeg zo nodig kookvocht toe. Zo voorkom je dat de pasta plakt. Meer over koken lees je bij pasta goed koken.

    Gebruik dus een pastavork om te serveren, en houd je pasta soepel en smaakvol.

  • Fruit ui op laag vuur

    Fruit ui op laag vuur

    Ui op hoog vuur bakken geeft snel kleur maar weinig zoetheid, terwijl langzaam fruiten op laag vuur de suikers laat vrijkomen. Reken op tien tot vijftien minuten voor een echt zachte, zoete basis.

  • Pas op met te veel pasta in te weinig water

    Pas op met te veel pasta in te weinig water

    Pas op met te veel pasta in te weinig water. Te veel pasta in verhouding tot het water laat de temperatuur zakken en het zetmeel te veel concentreren. Het gevolg is plakkerige pasta. Kook liever in twee kleinere porties dan alles in een te kleine pan.

    Wat er gebeurt met te veel pasta in te weinig water

    Pasta neemt tijdens het koken water op en geeft zetmeel af. Is er weinig water, dan wordt dat water snel dik en troebel. De pasta ligt dicht opeen en de stukken plakken vast. Bovendien zakt de temperatuur flink zodra je de pasta toevoegt. Het water kookt daardoor niet meer, en de pasta wordt zacht van buiten maar blijft hard van binnen.

    Hoeveel water per portie?

    Reken op een liter water per honderd gram pasta. Voor vier personen is dat vier liter. Kies een pan waarin dat water ruim past, zonder dat het tot de rand komt. Heb je maar een kleine pan, gebruik dan minder pasta tegelijk. Het uitgangspunt is altijd: de pasta moet kunnen bewegen.

    Twee porties koken

    Kook de eerste portie volgens de verpakking en schep hem met een tang uit het water. Houd hem warm in een pan met een beetje saus. Breng het water weer aan de kook en kook de tweede portie. Meng daarna beide porties met de rest van de saus. Het kost vijf extra minuten, maar de pasta is veel beter.

    Handige tekenen dat je pan te klein is

    Het water komt tot vlak onder de rand. De pasta ligt niet volledig onder water. Na het toevoegen van de pasta stopt het koken en duurt het lang voordat het weer begint. Het water is binnen twee minuten wit en dik. Herken je een van deze signalen, kook dan in porties of neem een grotere pan.

    Meer over de juiste pan

    Lees waarom je beter een grote pan gebruikt en hoe je de pasta de eerste minuut goed roert. Ook de hoeveelheid telt mee: bekijk hoeveel pasta per persoon je nodig hebt.

    Wat als de pasta toch plakt?

    Voeg dan een scheutje heet water toe en roer flink. Giet de pasta daarna direct af en meng hem met de saus. Het zetmeel van de pasta bindt de saus bovendien extra goed. Zo is de schade vaak nog te beperken. Bewaar bij het afgieten ook een kop kookvocht voor de saus.

    Pas dus op met te veel pasta in te weinig water, en kook liever in porties.

  • Kies olijfolie of boter met een reden

    Kies olijfolie of boter met een reden

    Kies olijfolie of boter met een reden. Olijfolie past bij lichte, mediterrane sauzen. Boter geeft juist een ronde, rijke afwerking bij sauzen met kaas of room. Meng ze gerust, maar voeg boter het liefst pas aan het einde toe, zodat de smaak fris blijft.

    Wanneer olijfolie of boter de betere keuze is

    Olijfolie is fruitig en soms een beetje pittig. Ze past bij tomaat, knoflook, groente, vis en kruiden. Boter smaakt echter zachter en romiger. Ze past bij kaassauzen, gevulde pasta en gerechten met salie of paddenstoelen. De keuze hangt dus af van de saus. Wat wil je laten schitteren: de groente of de kaas?

    Olijfolie slim gebruiken

    Gebruik gewone olijfolie om in te bakken. Bewaar daarnaast een fruitige extra vergine olijfolie voor het eind. Sprenkel die over het gerecht, zodat de aroma’s behouden blijven. Verhit olijfolie niet te hard, want dan verbrandt ze en wordt ze bitter. Bak knoflook op laag vuur in olie en voeg knoflook laat toe.

    Boter slim gebruiken

    Boter bevat water en melkbestanddelen. Daardoor verbrandt ze sneller dan olie. Laat ze daarom op middelhoog vuur smelten en bak niet te donker. Een klein klontje koude boter aan het eind maakt een saus glanzend en romig. Chefs noemen dat monteren. Roer de boter met een beetje kookvocht door de pasta, dan krijg je een gladde saus.

    Samen gebruiken

    Veel klassieke recepten combineren beide. Bak de ui in een beetje olijfolie, zodat de boter niet verbrandt. Voeg aan het einde een klontje boter toe voor een ronde smaak. Zo krijg je de frisheid van olie en de zachtheid van boter. Let wel op het zout, want gezouten boter verandert de balans. Meer daarover lees je in ons artikel let op het zoutgehalte van boter.

    Voorbeelden

    Voor spaghetti aglio e olio gebruik je alleen olijfolie. Bij pasta met salieboter gebruik je daarentegen alleen boter. Voor een tomatensaus werkt olijfolie het best, met eventueel een klontje boter aan het eind tegen de zuurte. Een saus met parmezaan en boter, zoals fettuccine alfredo, is helemaal een boterverhaal. Zo kies je olijfolie of boter steeds met een goede reden.

    Meer over sauzen lees je in ons overzicht welke pasta bij welke saus.

  • Bewaar een kop kookvocht

    Bewaar een kop kookvocht

    Bewaar een kop kookvocht voordat je de pasta afgiet. Het is een van de makkelijkste trucs uit de Italiaanse keuken. Het troebele water bevat namelijk zetmeel, en dat zetmeel laat een saus binden.

    Waarom kookvocht je saus beter maakt

    Pasta geeft tijdens het koken zetmeel af aan het water. Roer je een scheut van dat water door de saus, dan wordt de saus gladder en romiger. Bovendien blijft hij beter aan de pasta hangen. Daardoor heb je geen extra room of boter nodig. Ook de smaak blijft zuiver, want je voegt alleen water toe dat al naar pasta smaakt.

    Zo bewaar je een kop kookvocht

    Pak een kopje of een maatbeker en schep het kookvocht eruit vlak voordat je afgiet. Doe dit als laatste stap, want dan is het water het meest troebel. Zet de kop naast het fornuis, zodat je hem niet vergeet. Veel mensen gieten het kookvocht namelijk per ongeluk weg. Leg de kop daarom gerust al klaar voordat je de pan optilt.

    Hoeveel kookvocht heb je nodig?

    Reken op ongeveer twee tot drie deciliter voor vier personen. Je gebruikt meestal maar een deel. Toch is het fijn om extra te hebben. Voeg het kookvocht in kleine scheuten toe en roer na elke scheut. Zo houd je de controle over de dikte. Is de saus te dun, laat hem dan nog even inkoken. Is hij te dik, voeg dan gewoon een scheutje toe.

    Let op het zout

    Het kookvocht is gezouten, want je zout het kookwater. Proef de saus daarom voordat je extra zout toevoegt. Vooral bij sauzen met kaas of ansjovis is het water vaak al genoeg. Gebruik het vocht bovendien niet na een lange wachttijd. Het wordt dan dik en plakkerig.

    Zo gebruik je het kookvocht in de praktijk

    Stel, je maakt een simpele tomatensaus. Giet de pasta af en doe hem terug in de pan. Voeg de saus toe, samen met een eerste scheutje kookvocht. Roer op middelhoog vuur en zie hoe de saus bindt en glanst. Bij een saus van olijfolie en knoflook werkt het net zo. Het kookvocht maakt van olie en water namelijk een lichte, gebonden saus. Dat is precies het geheim van veel Italiaanse klassiekers, zoals aglio e olio. Gebruik het dus telkens als je pasta met saus mengt.

    Meer weten over het koken zelf? Lees dan ons artikel over pasta goed koken. Is je saus te dun? Bekijk dan hoe je een te waterige pastasaus dikker maakt. Onthoud dus: bewaar een kop kookvocht, ook als je denkt dat je hem niet nodig hebt.